Foto:

Politiedossier: 'Ik vind hem een viezerik en voel me aangetast'

Henk Poelakker, woonachtig in Meeuwen, vond na het overlijden van zijn vader (in leven actief bij de Rijkspolitie in Twente en het Land van Heusden en Altena) kopieën van processen-verbaal uit lang vervlogen tijden. De inhoud werd een inspiratiebron om verhalen te schrijven.

Door Henk Poelakker

Openbare schennis van de goede zeden. In de volksmond wordt vaak gesproken over de potloodventer. Niet dat deze persoon potloden wil verkopen maar wel dat hij zijn geslachtsdeel open en bloot aan anderen toont. Het is 1970 en Nederland wordt overspoeld met ruimdenkendheid over seks, sleutelclubs, partnerruil, films als Blue Movie en Turks Fruit. Toch is het niet de tijdgeest die mannen doet besluiten om met hun geval bloot te gaan. Het blijkt van alle tijden te zijn en voorkomend in alle standen van de maatschappij.

Twee dames rijden over de 'grote weg' die van Hank naar Aalburg loopt. Destijds mocht je nog inhalen op deze N 283 en dat gebeurt. Een bestelbusje haalt de vrouwen in en zet zijn wagen twee kilometer verderop aan de kant. Is er sprake van hoge nood, moet hij plotseling een plasje plegen? Geenszins. De man stapt uit de auto, haalt zijn ding tevoorschijn en toont het de auto die aan komt rijden met daarin de twee eerder genoemde dames. Die schrikken zich een hoedje, rijden naar het Politiebureau te Eethen en doen aangifte bij Bromsnor.

Het nummerbord van het busje kunnen ze feilloos noemen. Of de dames psychische hulp nodig hebben of behoefte hebben aan een luisterend oor is niet aan de orde. De vrouwen vervolgen hun reis naar huis; Brom en zijn collega weten via het nummerbord de eigenaar te achterhalen die aan de overkant van de Maas woont. Een half uur later stappen de twee agenten bij een bedrijf binnen, vragen naar de baas en spreken met hem over de mogelijke bestuurder van het busje.

De potloodman wordt meegenomen naar het bureau te Eethen. Snikkend en hikkend vertelt hij zijn verhaal. "Ik stapte met mijn gulp al open uit het busje, zag de auto naderen met daarin de dames die ik net voorbij was gereden en haalde mijn geslachtsdeel uit de broek. Ik heb dit bewust gedaan maar waarom? Ik weet het niet. Het leek of ik een plotselinge ingeving kreeg."

In de tussentijd zijn de dames gebeld met de vraag of zij naar het bureau willen komen om de venter te herkennen. Middels de zogeheten confrontatiespiegel (de dames zien de vent wel maar de potloodman ziet de dames niet) beamen de twee dat deze man de pleger is.

Dame 1 verklaart: "Voelde ik mij gekwetst? Nou daar heb ik niet zo gauw last van. Ik vond het vooral ordinair." Dame 2 blijkt de dochter en zei vertelt: "Ik vind die man een grote viezerik en voel me in mijn eer aangetast."

De pleger wordt teruggebracht; de dames verlaten het bureau een kwartiertje later om een mogelijk lijfelijke confrontatie te voorkomen. In de tussentijd herinnert Bromsnor zich eerdere aangiftes op ongeveer dezelfde plaats. Het wordt een middagje onderzoek en pluizen in papieren. En ja hoor, in datzelfde jaar zijn er nog twee aangiftes gedaan van soortgelijk gedrag. Toen kon geen nummerbord worden genoemd en kon ook niemand worden aangehouden. Per telefoon wordt de baas van het bedrijf gebeld met de vraag of ze morgenochtend nogmaals met de verdachte kunnen spreken. En zo kon het gebeuren dat Potlood op die bewuste donderdagmorgen door de mand valt. Hij bekent, toont spijt en schaamt zich voor zijn vrouw. Opnieuw rept hij over een onverklaarbare drang. De rechter zal uitspraak doen. Hopelijk is er destijds niet alleen een straf opgelegd maar heeft de betrokkene ook een verplicht hulpprogramma moeten volgen. Op internet circuleren vandaag de dag talloze berichten van meisjes en vrouwen die te maken kregen met openbare schennis. Anno nu worden zij bijgestaan door gespecialiseerde agenten en wordt hun verhaal altijd serieus genomen. Indien mogelijk kunnen ze een beroep doen op slachtofferhulp.

Meer berichten