In de rubriek On-kruid vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs.
In de rubriek On-kruid vertelt Jules Faber wekelijks over planten die in Nederland te vinden zijn. Hij gaat hierbij in op de kruidengeneeskunde en hun benaming, maar geeft ook recepten prijs. (Foto: Jules Faber)

Kerstster (Euphorbia pulcherrima)

Het is één van de eerste tekenen dat kerstmis echt naderbij komt: de felrode Kerstster bij de tuincentrums. De mooie stervormige bladeren lijken op bloemen maar zijn het niet.

Door Jules Faber

Deze zijn groen met een geel randje, klein en onopvallend ze zitten in het midden van de rode schutbladeren, die van de kerstster een echt kerstsymbool maakt. Vroeger was er alleen de rode kerstster nu zijn ze er in allerlei vormen en tinten in o.a. rood, roze, wit en crème.

Er zijn mini-kerststerretjes, kerststerren op stam en zelfs hangende exemplaren. Soms wordt de kerstster wel eens verward met de kerstroos. Maar de twee planten hebben weinig of niets met elkaar gemeen. De kerstroos is een vaste plant voor buiten, die rond deze periode van het jaar bloeit en de kerstster is een kamerplant. Kerststerren werden voor het eerst gecultiveerd door de Azteken.

De plant werd toen 'Cuetlaxochitl' genoemd en was het symbool van de zuiverheid. Azteken maakten ook karmozijnrode kleurstof van de kleurrijke bladeren. Pas in 1804 kwam de plant naar Europa.

Om een kerstster tot bloei te brengen moet de plant eerst zes weken in het donker staan. Dat wordt in de tuinbouw gedaan door de planten twee maanden voor de kerst volledig in het donker te zetten. Een kleine waarschuwing is wel op zijn plaats want het sap van de kerstster kan irriterend zijn voor de huid en ogen.

Meer berichten