De bladeren van de apenboom waren in de prehistorie voedsel voor de herbivoren dinosauriërs.
De bladeren van de apenboom waren in de prehistorie voedsel voor de herbivoren dinosauriërs.

On-kruid: Apenboom (araucaria araucana)

door Jules Faber

Hij wordt ook wel slangenden of apenverdriet genoemd. De naam apenboom heeft hij te danken aan een negentiende-eeuwse grapjas die zei dat het zelfs voor een aap een heel gepuzzel is om in zo'n boom te klimmen. Vanwege zijn wat merkwaardige takken met scherpe, groenglanzende platte naalden, die er uitzien als schubben. De bloemen zijn onopvallend en vormen als ze uitgebloeid zijn 15 cm lange bolvormige bruine kegels. De apenboom vergt weinig onderhoud en dat is maar goed ook, want de piramidevormig boom is moeilijk te snoeien.

Hij kan een hoogte bereiken van 30 meter in zijn oorspronkelijk groeigebied: Zuid-Amerika, India, Chili en Argentinië. In Nederland wordt hij niet hoger dan 10 meter. De Latijnse naam araucaria araucana, is vernoemd naar een indianenstam in Chili. In hun woongebieden vormde apenbomen grote wouden. Helaas zijn ze door de houtkap sterk uitgedund waardoor ze tegenwoordig de status van Natuurmonumenten hebben in Chili en ze mogen niet meer gekapt worden.

De apenboom ziet er uit alsof hij zo uit de prehistorie komt en dat klopt ook. Het zijn levende fossielen en zeker meer dan 230 miljoen jaar oud. De bladeren waren vooral voedsel voor de herbivoren (vegetariërs) dinosauriërs. Ook nu nog vormen de zaden een belangrijke voedselbron voor de lokale bevolking in Chili. De zoete zaden in de vrouwelijk (ronde) kegels/vruchten hebben een doorsnede van 20 cm en zijn eetbaar, de mannelijke zaden zijn een stuk kleiner.

De boom is door zijn dikke geplooide bast bestand tegen brand, vulkaanuitbarstingen, aardverschuivingen en in zelfs tegen sneeuwlawines.

Meer berichten




Shopbox